Copyright 2022 - Custom text here

 

Schoolwerkplan

Deel 1 - wettelijke bepalingen

Inhoud

Inleiding. 3

  1. Pedagogische project en visie. 4

1.1        Situering van onze school 4

1.2        Fundamentele uitgangspunten. 5

1.2.1 Openheid. 5

1.2.2 Verscheidenheid. 5

1.2.3 Democratisch. 5

1.2.4 Socialisatie. 5

1.2.5 Emancipatie. 5

1.2.6 Totale persoon. 5

1.2.7 Gelijke kansen. 5

1.2.8 Medemens. 5

1.2.9 Europees. 5

1.2.10 Mensenrechten. 5

1.3        Visie op basisonderwijs. 6

  1. Schoolorganisatie. 7

2.1        Criteria met betrekking tot het aanwenden van het lestijdenpakket 7

2.2        Indeling in leerlingengroepen. 8

  1. Visie op rapporteren. 9
  2. Visie op leerlingenbegeleiding. 10

4.1        inleiding. 10

4.2        Ons beleid op leerlingenbegeleiding is afgestemd op het pedagogisch project, de lokale context en noden van de leerlingenpopulatie. 10

4.1.1 Context van de school: 10

4.1.2 Noden van de leerlingenpopulatie: 11

4.3 Onze werking is opgebouwd vanuit het zorgcontinuüm en een gedragen visie op zorg/leerlingenbegeleiding en optimale onderwijskansen. 12

4.3.1 Zorgcontinuüm.. 12

4.3.2 Visie op zorg/leerlingenbegeleiding en optimale onderwijskansen. 19

4.4 Ons beleid op leerlingenbegeleiding vormt een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen binnen de 4 begeleidingsdomeinen (decreet basisonderwijs art 47bis) 20

4.4.1 Onderwijsloopbaan. 20

4.4.2 Leren en studeren. 21

4.4.3 Psychisch en sociaal functioneren. 21

4.4.4 Preventieve gezondheidszorg. 22

4.5 Zorgzaam handelen doe je als school samen met externe partners. 22

4.6  Kwaliteitsreflectie over en evaluatie van ons beleid op leerlingenbegeleiding. 23

4.7 Professionalisering. 23

Inleiding

Een schoolwerkplan is een document van een school waarin naast het pedagogisch project allerhande gegevens, afspraken en maatregelen zijn opgenomen met de betrekking tot organisatorische en inhoudelijke aspecten van het aangeboden onderwijs.

Het schoolwerkplan is het centraal document van de school van waaruit andere plannen (nascholingsplan, beleidsplannen, jaarplannen, zorgplannen ...) worden opgebouwd.

Het schoolwerkplan is een middel voor het schoolbestuur om het schoolteam aan te zetten op planmatige wijze en doelgericht te werken aan de onderwijsopdracht. Het proces is echter belangrijker dan een mooi (maar vaak ongebruikt) product.

Met schoolwerkplan als proces bedoelen we dat alle schoolbetrokkenen en in het bijzonder het schoolbestuur en het schoolteam gezamenlijk het schoolwerkplan opstellen, aanvullen en later regelmatig bijsturen. Een schoolwerkplan heeft een dynamisch karakter: het is nooit helemaal ‘af’. In die zin is schoolwerkplanontwikkeling een continu proces.

Schoolwerkplanontwikkeling is één van de processen die de kwaliteitszorg in functie van schoolontwikkeling van de school ondersteunen.

Het schoolwerkplan is een instrument dat een totaalbeeld geeft van de school. Het omvat enerzijds het pedagogisch project en de decretaal vastgelegde elementen en anderzijds de beschrijving van processen, de wijze waarop de school haar kwaliteit bewaakt, de neerslag van afspraken, maatregelen ...

Het geheel vormt als het ware het draaiboek voor de werking van de school. Het is tegelijk leidraad, informatiebron, referentiekader en uitgangspunt voor evaluatie en bijsturing voor alle schoolbetrokkenen. Het schoolwerkplan is tevens een verantwoordingsbron naar de gemeenschap toe en kan een basis vormen voor externe evaluatie.

1.    Pedagogische project en visie

1.1           Situering van onze school

Onze school is een basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.  De inrichtende macht is het gemeentebestuur van Asse.

Als openbare instelling staat onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting van hun ouders/opvoeders is.

De vrije keuze van de door de overheid goedgekeurde levensbeschouwelijke vakken is gewaarborgd.

Het onderwijs dat binnen onze school door de leerkrachten wordt aangeboden past in het kader van richtlijnen, vastgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad in een door haar erkend pedagogisch project.

Dit pedagogisch project bepaalt de aard van het onderwijsaanbod binnen onze school.  Van de leerkrachten wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs aanbieden.  Alle andere deelnemers en participanten worden verondersteld dezelfde opties te onderschrijven.

Beslissingen inzake gemeentelijk onderwijs, rekening houdend met de onderwijswetgeving, behoren tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.

Het gemeentebestuur, als schoolbestuur, heeft dus een verregaande autonomie inzake vormgeving en inhoud van haar gemeentelijk onderwijs.  Het pedagogisch project geeft vorm aan deze autonomie.

Onze school maakt deel uit van de scholengemeenschap “ASSE” .

Deze scholengemeenschap bestaat uit de volgende scholen :

* GBS Asse Centrum ‘De Schatkist’ - Krokegem ‘De Springplank’

* GBS Relegem 

* GBS Walfergem ’Sleutelbos’

* GBS Mollem

* GLS  Zellik ‘De Regenboog’

Het schoolbestuur steunt samenwerkingsvormen voor de personeelsleden van de SG Asse als netwerken, overleg, hospiteerbeurten, deelname aan events,…met als bedoeling uitwisseling van expertise.

1.2           Fundamentele uitgangspunten

1.2.1 Openheid

De school staat ten dienste van de gemeenschap en staat open voor alle leerplichtige jongeren, ongeacht hun filosofische of ideologische overtuiging, sociale of etnische afkomst, sekse of nationaliteit.

1.2.2 Verscheidenheid

De school vertrekt vanuit een positieve erkenning van de verscheidenheid en wil waarden en overtuigingen, die in de gemeenschap leven, onbevooroordeeld met elkaar confronteren.

Zij ziet dit als een verrijking voor de gehele schoolbevolking.

1.2.3 Democratisch

De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging, dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap naast elkaar kunnen bestaan.

1.2.4 Socialisatie

De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelhebben aan een democratische en pluralistische samenleving.

1.2.5 Emancipatie

De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelhebben aan een democratische en pluralistische samenleving.

1.2.6 Totale persoon

De school erkent het belang van onderwijs en opvoeding. Zij streeft een harmonische persoonlijkheidsvorming na en hecht evenveel waarde aan kennisverwerving als aan attitudevorming.

1.2.7 Gelijke kansen

De school treedt compenserend op voor kansarme leerlingen door bewust te proberen de gevolgen van een ongelijke sociale positie om te buigen.

1.2.8 Medemens

De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens. Zij stelt dat de eigen vrijheid niet kan leiden tot de aantasting van de vrijheid van de medemens. Zij stelt dat een gezonde leefomgeving het onvervreemdbare goed is van elkeen.

1.2.9 Europees

De school brengt de leerlingen de gedachte bij van het Europese burgerschap en vraagt aandacht voor het mondiale gebeuren en het multiculturele gemeenschapsleven.

1.2.10 Mensenrechten

De school draagt de beginselen uit die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind, en neemt er de verdediging van op. Zij wijst vooroordelen, discriminatie en indoctrinatie van de hand.

1.3           Visie op basisonderwijs

De fundamentele uitgangspunten, de principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij moeten worden vertaald naar de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen.  Deze uitgangspunten vormen dus het kader waarbinnen we kwalitatief onderwijs willen realiseren. Hierbij moeten we uitgaan van een aantal fundamentele elementen in de ontwikkeling van kinderen.  Deze elementen situeren zich binnen drie velden:

→ het veld van de basiskenmerken die de kern vormen :

  • • Het beschikken over een positief zelfbeeld
  • • Gemotiveerd zijn
  • • Zelf initiatief nemen

→ het veld van de algemene ontwikkeling dat doelen omvat van meer

algemene aard zoals :

  • • Kunnen communiceren en samenwerken
  • • Zelfstandigheid aan de dag leggen
  • • Creatief en probleemoplossend omgaan met de omringende wereld
  • • Zelfgestuurd leren

→ het veld van de specifieke ontwikkeling dat doelen omvat waarvan men

de inhouden kan ordenen volgens leergebieden die in het onderwijs meer specifiek aan de orde zijn:

  • • Lichamelijke opvoeding
  • • Muzische vorming
  • • Taal
  • • Wereldoriëntatie
  • • Wiskunde

Deze drie ontwikkelingsvelden zijn geënt op ‘de wereld’, in zijn ruime betekenis.  Het is de werkelijkheid waarin het kind gaat functioneren.  Het kind leert de werkelijkheid begrijpen, wordt vaardiger en ontwikkelt een positieve houding.

Vanuit het pedagogisch project werkt het lerarenteam op zodanige wijze aan de realisatie aan de vooropgestelde doelen, dat er recht wordt gedaan aan de kenmerken van goed basisonderwijs.

De kwaliteit van een school uit zich op de eerste plaats in het dagelijks pedagogisch klimaat, het samenlevingsmodel dat de school uitbouwt, de leef- en werkcultuur die er leeft en heerst.

De kenmerken voor goed basisonderwijs proberen we zo goed mogelijk na te streven: samenhang, totale persoonlijkheidsontwikkeling, zorgverbreding, actief leren, continue ontwikkelingslijn.

Om deze visie uit te werken wordt er gebruik gemaakt van de leerplannen van OVSG.

2.    Schoolorganisatie

2.1           Criteria met betrekking tot het aanwenden van het lestijdenpakket

Aan de hand van het lestijdenpakket organiseert het schoolbestuur onder eigen verantwoordelijkheid en in overleg met alle actoren de school zo dat er in functie van de krachtlijnen uit het pedagogisch project kan voldaan worden aan de specifieke noden en behoeften.

Het schoolbestuur legt onderstaande principes vast met betrekking tot haar organisatie. Deze principes dienen dan jaarlijks als uitgangspunt voor de concrete aanwending van het lestijdenpakket:

- maximale groepsgrootte conform het capaciteitsdossier

- mogelijke splitsingscriteria voor de kleuterschool en de lagere school

o indeling volgens geboortejaar

       o indeling volgens gemengde leeftijdsgroepen

       o keuze levensbeschouwelijke vakken

       o indeling volgens individuele mogelijkheden

o kwalitatief gelijke klassen: we streven naar een heterogeen evenwicht qua talenten, kwaliteiten en karaktereigenschappen.

- invulling van de SES-lestijden volgens de schoolspecifieke noden

- streven naar een min. aantal lestijden lichamelijke opvoeding per groep

- inrichten van het min. verplicht aantal lestijden levensbeschouwelijke vakken

- mogelijk maken van overleg en teamwerk tijdens kindvrije lestijden

- invulling van de puntenenveloppe voor dirco, ICT, zorg, administratieve medewerker

- overdragen van lestijden in functie van de schoolspecifieke noden

- verdelen van de lestijden/uren ten laste volgens de schoolspecifieke noden

2.2           Indeling in leerlingengroepen

Voor het indelen in leerlingengroepen in de kleuterschool opteert het schoolbestuur voor (gemengde) leeftijdsgroepen.

Voor het indelen in leerlingengroepen in de lagere school opteert het schoolbestuur voor het leerstofjaarklassensysteem.

Dit leerstofjaarklassensysteem kan doorbroken worden op basis van volgende criteria:

- Interne klasdifferentiatie: homogene of heterogene (naar vorderingen) leerlingengroepering onder leiding van de klastitularis of leden van het zorgteam

- Klas- of groepsdoorbrekend werken (vaste of wisselende groepen per schooljaar):

o volgens interesse, mogelijkheden of behoeften

o voor één of meer leergebieden

o voor gezamenlijke activiteiten

Het is evident dat ook een combinatie van verschillende criteria kan worden gehanteerd en dat de onderwijsorganisatie flexibel wordt toegepast.

3.    Visie op rapporteren

Evaluatie is een proces waarbij de leerkracht informatie verzamelt over het onderwijsleerproces en deze informatie interpreteert (betekenis geeft) met het oog op te nemen beslissingen over de voortgang van dat proces.  Deze interpretatie is ten allen tijde bespreekbaar met de ouders van het betreffende kind, met het kind zelf en met externe hulpverleners aan de school.

Met de observaties en evaluaties willen we gegevens verzamelen over de leerlingen met als doel de individuele leerling hulp te bieden, het aanbod naar de leerling te individualiseren, de vorderingen van de leerling te vergelijken met deze van zijn (leeftijds)groep, de leerling te oriënteren betreffende studiekeuze  en het didactisch handelen van de leerkracht bij te sturen.

Deze leerlingengegevens worden verzameld in het leerlingendossier.

Om de totale persoonlijkheidsontwikkeling te kunnen evalueren, dienen gegevens verzameld te worden over cognitieve vaardigheden (taal, wiskunde, wereldoriëntatie, Frans), sociale vaardigheden, houdingen en attitudes (sociale gerichtheid en zelfvorming, werkhouding en belangstelling), leren leren, motorische en creatieve vaardigheden.

Het gaat hier zowel om een proces- als productevaluatie, conform het leerplan van OVSG.

- Op korte termijn is er een permanente evaluatie : tijdens en na de les.

- Op (middel)lange termijn zijn er een aantal toetsen of controletaken die bestaan uit een reeks opdrachten die de leerlingen zelfstandig uitvoeren. 

De bespreking van de evaluatiegegevens gebeurt tijdens de formele en informele overlegmomenten zoals  MDO’s, klassenraden, overgangsbesprekingen,  kindcontacten en oudercontacten.

De leerlingen krijgen een meermaals per jaar  een  rapport, waarop een synthese van de evaluatiegegevens wordt neergeschreven.

De leergebieden en  hun respectievelijke domeinen alsook de vaardigheden kunnen geëvalueerd worden met een cijfer, een normenschaal en door schriftelijke en mondelinge feedback.

4.    Visie op leerlingenbegeleiding

4.1           inleiding

In wat volgt beschrijven we het beleid op leerlingenbegeleiding in onze school. We integreren in dit beleid twee elementen uit het schoolwerkplan:

- de voorzieningen in het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap of die leerbedreigd zijn, inclusief samenwerkingsvormen met andere scholen van gewoon en/of buitengewoon onderwijs (decreet basisonderwijs art 47 § 1,3°)

- de wijze waarop de school via haar zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid werkt aan de optimale leer- en ontwikkelingskansen van al haar leerlingen. (decreet basisonderwijs art 47 § 1,4°)

Het doel van leerlingenbegeleiding is de totale ontwikkeling van alle leerlingen bevorderen, hun welbevinden verhogen, vroegtijdig schoolverlaten voorkomen en meer gelijke onderwijskansen creëren. Op die manier draagt het bij tot het functioneren van de leerling in de schoolse én maatschappelijke context (Decreet leerlingenbegeleiding, 2018 in decreet basisonderwijs art 47 bis, ter, quater, quinquies).

Om een beleid op leerlingenbegeleiding te realiseren zet onze school actief in op het begeleiden van de leerlingen (1), het ondersteunen van het zorgzaam handelen van het onderwijzend personeel (2) en de coördinatie van alle leerlingenbegeleidingsinitiatieven (3).

4.2           Ons beleid op leerlingenbegeleiding is afgestemd op het pedagogisch project, de lokale context en noden van de leerlingenpopulatie

4.1.1 Context van de school:

Onze school is een basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd Nederlandstalig onderwijs. Het schoolbestuur is het gemeentebestuur van Asse.

In GBS Relegem wordt hoofdzakelijk Nederlands gesproken maar door de toenemende immigratie wordt het aandeel van andere talen steeds groter.

De leerlingen zijn overwegend gedomicilieerd in Relegem en Zellik.

Onze school vormt, met ongeveer 400 leerlingen en 45 personeelsleden, een steeds groter wordende basisschool.

Het team bestaat uit administratief personeel, bachelors in het kleuteronderwijs, bachelors in het lager onderwijs, paramedisch personeel (kinderverzorging, logopediste), bijzondere leermeesters levensbeschouwelijke vakken en lichamelijke opvoeding.

Het team is zeer onstabiel, de laatste schooljaren is het veel veranderd. Door de verdubbeling van de klassen komt er elk jaar wel een nieuwe leerkracht bij. Ook nemen er steeds meerdere leerkrachten verlofstelsels, waardoor nieuwe personeelsleden moeten worden aangeworven

In de kleuterschool zijn er 8 klassen, 2 extra zorgleerkrachten en 1 leerkracht kleuterturnen.

In de lagere school zijn er 10 klassen met telkens een aantal uren ondersteuning/zorg door de 3 zorgleerkrachten. De leerkrachten kunnen in overleg met de zorgleerkracht en eventueel zoco kijken hoe ze de extra zorguren het best benutten. Er wordt getracht te werken volgens het driesporenbeleid samen met de klasleerkrachten en de zorgleerkracht van de graad.

De leerkrachten houden rekening met de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen en gaan hiervoor verschillende werkvormen toepassen bvb. teamteaching, versnelde of verlengde instructie, creëren van kleine zorggroepjes voor extra ondersteuning of remediëring, aanbieden van hulpmiddelen.

De inschrijvingen gebeuren in het Nederlands. De ouders kunnen, indien zij het Nederlands onvoldoende machtig zijn, beroep doen op een vertaler.

Bij de inschrijving moedigt de directeur anderstalige ouders aan de Nederlandse taal machtig te worden. De directeur bezorgt hen brochures om de Nederlandse taal te leren. Er wordt ook aangemoedigd om buitenschoolse activiteiten in het Nederlands te volgen.

In het begin van het schooljaar is er een infoavond waarop alle ouders uitgenodigd worden. Deze infoavond vindt uitsluitend plaats in het Nederlands. Daarnaast voorziet de school nog twee individuele feedbackmomenten.

BASISONDERWIJS

Doelgroep-leerlingen:

Wij hebben geen leerlingen die werden geplaatst of tot de trekkende bevolking behoren, ook hebben we geen anderstalige nieuwkomers. Wel hebben we steeds meer leerlingen waarbij de mama geen diploma secundair onderwijs heeft en de thuistaal niet Nederlands is waardoor we elke jaar meer en meer SES-lestijden nodig hebben.

4.1.2 Noden van de leerlingenpopulatie:

Onze school kent een grote instroom van leerlingen die scoren op de indicator ‘thuistaal niet Nederlands’ en ‘diploma mama niet secundair’. Wij benutten onze SES- en zorglestijden om te werken aan een hogere taalvaardigheid Nederlands door sterk in te zetten op een stevige basiswoordenschat (KL). Wij organiseren extra initiatieven rond woordenschat, luisteren, spreken, … om de taalvaardigheidsdoelen te realiseren bij alle leerlingen en bij de leerlingen met specifieke taalbehoeften in het bijzonder.

Een aantal leerlingen hebben recht op hulp vanuit het ondersteuningsnetwerk. Hiervoor worden ondersteuners toegewezen aan onze school. Dit gebeurt in onderling overleg tussen ondersteuner, schoolteam en ouders.

Leerlingen die meer uitdaging en verdieping nodig hebben, krijgen hiervoor ook maatregelen, ze worden geïntegreerd  in de reken- en taalmethode. Deze leerlingen kunnen versneld de basisleerstof afwerken zodat er voldoende tijd vrijkomt voor verdiepingsopdrachten.

Er wordt in de eerste en tweede graad extra ingezet op technisch lezen. Hiervoor worden er op school projecten uitgewerkt zoals leesmomenten, bingolezen, pop-it lezen, … Ook ouders worden hierbij betrokken door leerlingen met een te laag leesniveau een leescontract aan te bieden waarbij er thuis minstens 5 keer per week 15min/dag dient gelezen te worden.

Er zijn weinig zittenblijvers in onze school. De leerlingen worden zoveel mogelijk begeleid op hun niveau. Soms wordt er afgeweken van de leerstof van de klas en verder gewerkt aan het behalen van de eindtermen zodat een zo groot mogelijke populatie het getuigschrift van de lagere school kan behalen.

4.3 Onze werking is opgebouwd vanuit het zorgcontinuüm en een gedragen visie op zorg/leerlingenbegeleiding en optimale onderwijskansen

4.3.1 Zorgcontinuüm

Onze schoolwerking is gebaseerd op het zorgcontinuüm waarbij preventieve basiszorg aan de basis van ons zorgbeleid ligt.

                                         

Ons zorgbeleid willen we vorm geven vanuit de uitgangspunten van het handelingsgericht werken (HGW). Deze beïnvloeden alle aspecten van het zorgbeleid en alle fases van de zorg.

Fase 0: Preventieve basiszorg

Goede zorg start met goed onderwijs in de klas. Het is de opdracht van elke school om de maximale ontwikkeling van alle leerlingen te stimuleren en problemen zo veel als mogelijk te voorkomen.

  1. De organisatie van het zorgbeleid
  • • gedragen door het hele schoolteam
  • • duidelijk en consequent toegepast
  • • reflectie en structureel overleg

Het CLB (Fabienne Dejonghe) komt maandelijks naar onze school voor overleg met de zorgcoördinator en eventueel ook de directie, dit vindt plaats op maandagvoormiddag.

Wanneer er tussendoorvragen zijn kan er steeds contact opgenomen met onze contactpersonen. Indien nodig komen zij tot bij ons voor extra overleg.

Op het einde van het schooljaar (in de loop van de maand juni) worden er overgangsMDO’s georganiseerd. Hier wordt door de leerkracht  informatie doorgegeven over alle leerlingen uit haar/zijn klas aan de klasleerkracht van het volgende schooljaar om de overgang zo vlot mogelijk te laten verlopen.

Op vaste tijdstippen wordt er een MDO georganiseerd. De planning wordt opgemaakt door de zorgcoördinator samen met de CLB-ankers. Op aanvraag kan er ook een bijkomende leerlingbespreking vastgelegd worden.

Tijdens de personeelsvergadering is “zorg” een vast agendapunt.

Dit geeft de mogelijkheid om met het schoolteam in overleg te gaan over allerhande zorgitems of om informatie uit te wisselen.

Regels en afspraken worden via mail doorgegeven of besproken op de personeelsvergadering.

  • • constructieve afspraken rond bepaalde thema’s

Deze afspraken staan vermeld in het schoolwerkplan (SWP).

  • • afgestemd op leerlingenpopulatie
  • • met aandacht voor infrastructuur en materiële omstandigheden
  • • gaat uit van constructieve samenwerking tussen alle actoren
  • • bewaakt en gecoördineerd door een zorgteam

Bij de organisatie van het zorgbeleid krijgt de school ondersteuning van:

- Pedagogische begeleidingsdiensten: bieden begeleiding en nascholing, o.a. OVSG, Rand & Taal.

- CLB: ondersteunen bij uitwerking visie + interventies; in afspraak met school maandelijks overlegmoment en daarnaast op afspraak.

- Scholengemeenschap: gemeenschappelijke initiatieven, o.a. pedagogische studiedag op niveau van scholengemeenschap, Werkgroep Zorgcoördinatoren, uitwisseling van kennis en materiaal.

  1. Vorming en ondersteuning van het schoolteam

Het vormingsbeleid van de school heeft aandacht voor de ontwikkeling van kennis en deskundigheid met betrekking tot de totale ontwikkeling van elk kind.

Collegiale ondersteuning is aangewezen  in functie van de onderwijsbehoeften van de leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van de leerkrachten. Deze ondersteuning kan zich uiten in één van volgende vormen: intervisie (Pedagogische Studiedag Scholengemeenschap), hospiteren (3e kleuterklas en 1ste leerjaar in het kader van project  Samen over de drempel), uitwisseling (parallelklassen).       

Coaching van nieuwe lkr. door directie, zorgcoördinator en/of parallelleerkracht.

  1. Inschrijvings- en onthaalbeleid
  • • Eenvormige bevraging vanuit een brede kijk.
  • • Communicatie en afstemming met ouders en leerlingen staat centraal
  • • Informatiegebruik van vorige school (in afstemming en met akkoord ouders, meegedeeld bij inschrijving)
  • • Informatieverschaffing bij schoolverlating (indien secundaire scholen toestemming van de ouders hebben)
  • • Discretie bij bepaalde informatie
  1. Zorg op klasniveau

In ons zorgbeleid staat de reguliere werking in de klas centraal. We zijn ervan overtuigd dat de leerkracht ertoe doet en zijn aanpak het verschil kan maken. Dit vraagt van de leerkracht pedagogische activiteiten, instructieactiviteiten en planmatig werken; verbonden met en ondersteund door de schoolvisie. De regie en uitvoering van preventieve acties op klasniveau ligt bij de klasleerkracht.

Onderstaand overzicht beschrijft de wenselijke situatie. Het is een kader ter inspiratie en ondersteuning, een kader voor feedback en reflectie.

  • • Oog voor totale ontwikkeling
  • • Systematische opvolging:

o            Snelle signalering

o            Tijdige ondersteuning

  • • Veilig pedagogisch klimaat

o            Aandacht voor positief zelfbeeld, welbevinden en betrokkenheid

  • • Sterke kanten en competenties leerlingen benoemen en benutten
  • • Gestructureerd klassenmanagement en flexibele klassenorganisatie
  • • Heterogeniteit van de groep gebruiken om leerkansen te creëren.
  • • Krachtige leeromgevingen creëren
  • • Aandacht voor manier van instructie geven
  • • Hoge en voldoende uitdagende verwachtingen stellen, afgestemd op mogelijkheden en beperkingen lln.
  • • Differentiëren en/of remediëren bij het aanbieden en verwerken van het aanbod.
  • • Leerkracht heeft een voorbeeldfunctie: basishouding = aanvaarding van de leerlingen
  • • Positieve sociale contacten bevorderen
  • • Actief bekrachtigen van gewenst gedrag
  • • Duidelijke afspraken en regels
  • • Stimuleren van leren van elkaar door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen
  1. Opvolging van alle leerlingen

Om een goede doorstroom aan informatie te garanderen, kiest de school voor het gebruik van een digitaal zorgprogramma, Schoolatweb, dat toegankelijk is voor het schoolteam. Dit programma ondersteunt het handelen van de leerkrachten en het zorgteam doordat op een systematische, gebruiksvriendelijke en transparante manier informatie over zowel individuele leerlingen  als leerlinggroepen gecentraliseerd wordt.

In dit zorgprogramma wordt voor elke leerling een leerlingdossier aangemaakt waarin relevante gegevens bewaard worden vanaf de start tot aan het einde van zijn schoolcarrière. We vinden het belangrijk dat leerlingen worden opgevolgd vanuit een ‘brede kijk’. We verwachten van onze leerkrachten dat ze oog hebben voor het benoemen en gebruiken van de positieve aspecten en sterke punten van leerlingen, naast het vaststellen van tekorten. Naast preventie hechten we ook belang aan het tijdig herkennen van signalen. Via het digitale zorgprogramma kunnen leerkrachten snel en eenvoudig hun observaties noteren in het leerlingendossier.

  1. Communicatie met ouders

Ouders zijn ervaringsdeskundigen betreffende hun kind. We beschouwen ouders als  gelijkwaardige partners.

Communicatie met ouders gebeurt tijdens het klassikale oudercontact in het begin van het schooljaar, tijdens individuele feedbackgesprekken die 2 maal per jaar georganiseerd worden, (in)formele gesprekken tussen leerkracht en/of zorgcoördinator en/of directie en ouders, …  We vinden het belangrijk dat ouders betrokken worden bij het schoolverloop van hun kind. Daarom stimuleren we ouders om aanwezig te zijn op oudergesprekken.

De voertaal tijdens gesprekken is zoveel mogelijk het Nederlands. Indien de ouders deze taal niet of onvoldoende machtig zijn, kan er beroep gedaan worden op een tolkendienst.

Verder wordt de dagelijkse communicatie vooreerst via de agenda gevoerd. Daarboven is er ook het digitale platform Classdojo waar de berichten van leerkracht en directie aan de ouders gecommuniceerd worden.

  1. Betrekken van alle leerlingen

We streven naar:

  • • actieve betrokkenheid van de leerlingen. We willen hen participatiekansen geven op school- en klasniveau.
  • • een communicatief klassenklimaat: luister- en spreekkansen bieden op klasniveau legt een goede basis voor 1-op-1 gesprekken tussen leerkracht en leerling.
  1. Zorg voor kleuterparticipatie

Binnen een geïntegreerd beleid in het kader van kleuterparticipatie hebben we aandacht voor volgende punten:

-             We zijn alert voor (veelvuldige) afwezigheid van kleuters.

-             We leggen contacten met ouders van (veelvuldig) afwezige kleuters d.m.v telefoongesprekken.

-             We plannen indien nodig acties om kleuters die onregelmatig schoollopen beter te kunnen opvolgen en begeleiden.

-             We verzamelen informatie over de doelgroep.

-             We wisselen expertise uit binnen de scholengemeenschap en de leerkrachtenteams.

-             We leggen contacten met het CLB, en eventueel het LOK en andere externe organisaties zoals het LOO, Kind en Gezin en Integratiedienst met het oog op een lokale samenwerking gericht op niet-ingeschreven kleuters.

Fase 1: Verhoogde zorg

Wanneer de structurele en preventieve maatregelen uit fase 0 niet (meer) of slechts gedeeltelijk voldoen, stappen we over naar fase 1.

Oplossingen en manieren van aanpak vallen binnen de reguliere werking en omkadering van de school.

-             Het zorgteam en de leerkracht zoeken samen naar een gerichte aanpak of interventie; deze worden geregistreerd en geëvalueerd.

-             We proberen ouders zo goed mogelijk te betrekken en te informeren.

-             Het CLB wordt op regelmatige basis geïnformeerd en indien nodig wordt het CLB ingeschakeld.

Centrale elementen:

-             bepaling onderwijsbehoeften

-             leerkracht, ouder en leerling betrekken

-             gebruik van positieve kenmerken

-             brede kijk

o            valkuilen: we slaan te snel een bepaald spoor in of uiten vermoedens van een bepaalde diagnose.

-             concreet omschreven maatregelen

-             streven naar succeservaringen

-             interventies afstemmen op context

-             rekening houden met ondersteuningsbehoeften van leerkracht en ouders

-             via tussenstappen naar einddoel werken

-             planning, afspraken en evaluatie van acties

-             aansluiting met klassengroep bewaken

Gefaseerde besluitvorming, leidraad voor een systematische aanpak:

  1. Zorgoverleg

Een zorgoverleg is een gestructureerd overleg tussen leerkracht en mensen van het zorgteam of tussen school en ouders.

Alle informatie wordt genoteerd in een digitaal leerlingendossier.          

Aandachtspunten tijdens het overleg:   

-             Beleving: respecteren, ernstig nemen, kan heel verschillend zijn

-             Gegevens: leerkracht weten wat ze moeten meebrengen, vb. werkschriften, toetsenmap, concrete hulpmiddelen zoals stappenkaart, …

-             Brede kijk:

o            geen te eng spoor volgen, geen te snelle interpretaties en hypotheses

o            oog voor kindkenmerken, onderwijsleeromgeving en thuissituatie

-             Gerichte vragen: het zorgteam helpt de hulpvraag ook verhelderen. Zie bijlage 4 ‘Wat is een goede vraag?’

-             Ondersteuningsbehoeften: ruimte laten om deze te formuleren

-             Positieve aspecten: in kaart brengen

-             Context: zeer belangrijk gegeven

-             Wensen, verwachtingen en verklaringen: bevragen en meenemen bij het bepalen van het vervolg

-             Afstemming: Deelnemers aan het zorgoverleg hoeven het niet eens te zijn over oorzaken en/of aanpak, maar het probleem is duidelijk omschreven, standpunten zijn gekend, en er is overeenstemming over de volgende stappen die gezet zullen worden.

Dit model is cyclisch en flexibel: indien nodig nog extra info verzamelen om onbeantwoorde vragen op te lossen of al onderwijsbehoeften formuleren en aanpak afspreken.                                                                                          

  1. Verzamelen van informatie

Indien onvoldoende informatie voorhanden is om onderwijsbehoeften te bepalen, informatie verzamelen a.d.h.v.  genormeerde toetsen, leesniveaubepaling, observaties op school of thuis, gesprekken, …

  1. Onderwijsbehoeften en aanpak bepalen

OF maatregelen op school met eventuele actieve betrokkenheid van lln en ouders maar geen verdere stappen, CLB wordt enkel ingelicht.

OF CLB betrekken en fase van zorguitbreiding reeds opstarten zonder resultaat van de maatregelen af te wachten.

Hulpzinnen voor het concreet formuleren van onderwijsbehoeften:

-             Deze lln heeft:

o            instructie nodig die …. vb. nog eens extra komt bovenop de klassikale instructie of verkorte instructie zodat een leerling snel zelfstandig aan de slag kan.

o            opdrachten/taken/materialen nodig die … vb. die binnen het beheersingsniveau liggen zodat succeservaringen plaatsvinden.

o            leeractiviteiten/werkvormen nodig die … vb. een actief mondeling taalgebruik stimuleren

o            een klasinrichting/leeromgeving nodig die … vb. concentratie bevordert door een andere schikking van de banken.

o            een speelplaats nodig waar … vb. duidelijke regels en afspraken gelden

o            feedback nodig die … vb. die snel komt (al na enkele oefeningen)

o            groepsgenoten nodig die … vb. die zelf vragen om mee te spelen/werken

o            leerkrachten nodig die … vb. het beloningssysteem duidelijk en consequent hanteren

o            ouders nodig die … vb. er voor zorgen dat hij op tijd gaat slapen

Ondersteuning bieden aan leerkracht en/of ouders om samen met de leerling. dit doel te bereiken, kan op verschillende manieren:                                                                     

 -     op leerkrachtenniveau: nascholing, hospiteren bij collega, observatie door zorgleerkracht, opzoeken of aanmaken materialen, diagnostisch traject met CLB, systeem van time-out opstellen...                           

-     op ouderniveau: uitleg over schoolafspraken zodat ouders deze kunnen doortrekken thuis, …

  1. Plannen, handelen en evalueren

In het leerlingendossier komt een transparant traject: wie betrokken is, wat de acties zijn, hoe dikwijls, klasintern of –extern, hoe lang, hoe opvolgen en evalueren…

Deze afspraken worden genoteerd in Schoolatweb bij Besprekingen - MDO.

De leerling blijft zoveel mogelijk betrokken bij de klassikale lessen. De leerkracht blijft de eindverantwoordelijke.

Bij de evaluatie wordt bepaald of acties worden stopgezet, verder gezet of aangepast. Bij negatieve evolutie wordt het CLB geïnformeerd en start het begin van de fase van uitbreiding van de zorg.

Fase 2: Uitbreiding van de zorg

Sommige kinderen hebben nood aan een nog specifiekere individuele aanpak. De extra zorg in de klas blijkt onvoldoende te zijn. Wanneer men voelt dat ondanks inspanningen resultaat (zo goed als) uitblijft en men versterking nodig heeft, wordt het CLB-team betrokken bij de individuele probleemanalyse. Tijdens een MDO wordt de reeds aangebrachte hulp in kaart gebracht. Het diagnostisch traject verloopt onder de regie van het CLB en wordt voorafgegaan door een onthaal of aanmelding en vraagverheldering, eveneens door CLB. Tijdens deze fase worden de ondersteuningsinitiatieven uit de fase van verhoogde zorg verder gezet.

In onderstaand schema wordt het verloop van het diagnostisch traject kort geschetst. Elke stap wordt nadien kort toegelicht.

  1. Intake

In de intakefase bespreekt de CLB-medewerker de aanmelding met school en ouders. Hij heeft hierbij 2 doelen:

  1. Afstemming bereiken tussen lkr., zoco, ouder, kind en CLB-team met het oog op een constructieve samenwerking.
  2. Informatie verzamelen zodat het CLB-team een strategie kan uitzetten: wat gaan we doen en waarom?
  3. Strategiefase

De strategiefase is de fase van reflectie waarin het CLB-team zichzelf 4 vragen stelt:

  1. Wat weten we al?
  2. Wat willen we nog weten?
  3. Waarom willen we dat weten?
  4. Hoe gaan we te werk?

Doelgericht en efficiënt werken in deze fase betekent alleen de gegevens verzamelen die echt nodig zijn.

  1. Onderzoeksfase

In de onderzoeksfase verzamelen één of meer disciplines van het CLB-team gericht gegevens om de vragen te beantwoorden.  Zij doen een vraaggericht onderzoek op maat en dus geen standaardonderzoek. Dit onderzoek is breed: het gaat niet alleen om testen en toetsen, maar ook om het gericht interviewen van een lkr, ouder of kind, analyseren van schoolwerk, methoden en materialen, observeren van interacties in de thuissituaties, in de klas of op de speelplaats.

  1. Indiceringsfase

In de indiceringsfase worden alle verzamelde gegevens samen gelegd. Vanuit de verzamelde gegevens en onderzoeksresultaten gaat men onderwijsbehoeften bepalen. Zo ontstaat een gecombineerde aanbeveling, de indicatiestelling.

  1. Adviesfase

In de adviesfase bespreekt de CLB-medewerker de bevindingen met school en ouders. Dit gesprek vindt bij voorkeur plaats op school. Tijdens dit gesprek worden de hulpvragen beantwoord en worden de wenselijke aanbevelingen besproken en nagegaan op hun haalbaarheid. Vanuit de adviesfase wordt een plan van aanpak opgesteld.

Het plan van aanpak wordt ingevuld in het digitale zorgprogramma (zie bijlage 6)

Fase 3: Individueel Aangepast Curriculum (IAC)

Wanneer in de adviesfase van het handelingsgericht diagnostische traject in fase 2 (uitbreiding van de zorg) blijkt dat de aanpassingen die nodig zijn om een leerling binnen de school mee te nemen binnen een gemeenschappelijk curriculum, ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn, wordt voor de leerling een verslag opgesteld. Op basis van dat verslag heeft een leerling inschrijvingsrecht in het buitengewoon onderwijs of kan het zich onder ontbindende voorwaarden inschrijven in het gewoon onderwijs. In beide gevallen krijgt de leerling een individueel aangepast curriculum aangeboden.

4.3.2 Visie op zorg/leerlingenbegeleiding en optimale onderwijskansen

Iedereen is uniek. Kinderen verschillen in intelligentie, sociale-emotionele ontwikkeling, werkhouding, motorische ontwikkeling en lichamelijke condities. Ze hebben verschillende culturele achtergronden en ook de gezinssituatie waarin ze opgroeien is erg divers. Door deze verschillen zullen onze leerlingen verschillende behoeftes hebben om te leren en te spelen.

Het is onze taak als school om ons onderwijs zo in te richten dat elk kind zo goed mogelijk tot ontwikkeling komt, ongeacht hun verschillende leermogelijkheden en achtergronden.

We streven naar een brede zorg om alle kinderen optimale kansen te geven d.w.z. vanuit een gericht aanbod mogelijkheden aanreiken om zich als persoon totaal te kunnen ontwikkelen.

Vanuit een veilig klasklimaat met een krachtige leeromgeving (aanbod van activiteiten, afwisselende werkvormen,…) biedt de leerkracht structuur aan. In deze context is de klasleerkracht de spilfiguur om zorg te geven en te differentiëren.

Soms is dit echter niet voldoende en hebben leerlingen nood aan extra ondersteuning, extra zorg. Wanneer uit observaties, toetsen, screenings van welbevinden en betrokkenheid, LVS-toetsen,… blijkt dat er extra zorg nodig is, gaat de leerkracht gericht differentiëren volgens moeilijkheidsgraad, tempo, materiaal. In overleg met de zorgleerkracht en zorgcoördinator kan er ook preventief extra ondersteuning aangeboden worden. Indien nodig volgen informele of formele gesprekken met ouders, collega’s, CLB,…

Soms blijkt dat de school extra hulp nodig heeft van externen (ondersteuningsnetwerk, revalidatiecentrum, logopedist, kinesist,…). Door testing en/of observaties kan dit leiden tot een diagnose. Hiermee kan de leerkracht en het zorgteam de leerling begeleiden op school en een meer persoonlijke aanpak geven volgens een individueel aangepast curriculum.

Ons zorgbeleid is dus een zaak van het hele schoolteam waarbij binnen het team een aantal specifieke taken worden uitgevoerd die het zorgbeleid in de school richting geven, stimuleren en professionaliseren. Uitgangspunt is het handelingsgericht werken waarbij de betrokkenheid van ouders, leerlingen, CLB en externen centraal staat.

In elke school zijn er kinderen die bijkomende aandacht vragen. Deze kinderen stellen de school voor een boeiende uitdaging om antwoorden te formuleren op hun specifieke hulpvragen. In het beleid op leerlingenbegeleiding worden de noden van alle betrokken partijen verdere uitgeklaard. Het beleid op leerlingenbegeleiding vormt een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen binnen de 4 begeleidingsdomeinen van:

- Onderwijsloopbaan: hierbij ondersteunen we de leerling om voldoende zelfkennis te ontwikkelen om adequate keuzes te maken op school en daarbuiten.

- Leren en studeren: hierbij gaan we het leren van de leerling optimaliseren en trachten we het leerproces te bevorderen door leer- en studievaardigheden te ondersteunen en te ontwikkelen.

- Psychisch en sociaal functioneren: hierbij bewaken, beschermen en bevorderen we het welbevinden van de leerling.

- Preventieve gezondheidszorg: hierbij bevorderen en beschermen we de gezondheid, groei en ontwikkeling van de leerling

(*) optimale onderwijskansen is een hervertaling van OVSG van de term ‘GOK – gelijke onderwijskansen’. Het beklemtoont dat scholen optimaal inzetten om leerlingen aansluitend bij hun mogelijkheden te laten participeren aan kwalitatief onderwijs.

4.4 Ons beleid op leerlingenbegeleiding vormt een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen binnen de 4 begeleidingsdomeinen (decreet basisonderwijs art 47bis)

4.4.1 Onderwijsloopbaan

Het begeleidingsdomein onderwijsloopbaan heeft tot doel de leerling te ondersteunen om voldoende zelfkennis te ontwikkelen, om inzicht te verwerven in de structuur van en de mogelijkheden binnen onderwijs, opleiding en arbeidsmarkt en om adequate keuzes te leren maken op school en daarbuiten.

Als school maken we daar als volgt werk van:

- infolessen door het CLB, werken met de onderwijskiezer

- studieadvies wordt gegeven, dit gebeurt a.d.h.v. LVS-testen, OVSG-toetsen, observaties en rapportering.

- oudercontacten en leerlingcontacten worden georganiseerd om na te gaan welke interesses de leerlingen hebben.

- bezoek aan secundaire scholen

- lessen kunnen aangepast worden aan interesse

4.4.2 Leren en studeren

Het begeleidingsdomein leren en studeren heeft tot doel het leren van de leerling te optimaliseren en het leerproces te bevorderen door leer- en studeervaardigheden te ondersteunen en te ontwikkelen.

Als school maken we daar als volgt werk van:

- leren leren bvb. leren zelfsturend werken, organiseren van contract en hoekenwerk, organiseren van co-teaching, inspelen op de groter wordende nood om kinderen ook thuis leren zichzelf te begeleiden, …

- in kaart brengen van ondersteuningsbehoeften van leerling, leerkracht, ouders

- opstellen en uitvoeren van een flexibel leertraject

- doelgericht werken

- huistaakbeleid

- analyse van OVSG-toetsen

4.4.3 Psychisch en sociaal functioneren

Het begeleidingsdomein psychisch en sociaal functioneren heeft tot doel het welbevinden van de leerling te bewaken, te beschermen en te bevorderen waardoor de leerling op een spontane en vitale manier tot leren kan komen en zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtige volwassene.

Als school maken we daar als volgt werk van:

- verdraagzaamheidsplan

- speelplaatsbeleid

- groeps- en klasgesprekken

- kindgesprekken

- sociale vaardigheden

- opmerkzaam zijn voor radicalisering

- maatregelen in overleg met CLB-arts:  - attestering

                                                                        - onderwijs aan huis

                                                                         - bednet

- organiseren van een leerlingenraad

- zelfevaluatie op het rapport

4.4.4 Preventieve gezondheidszorg

Het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces op te volgen en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelproblemen te detecteren.

We werken actief mee aan:

1° de organisatie van de systematische contactmomenten door het centrum voor leerlingenbegeleiding.

2° de organisatie van de vaccinaties door het centrum voor leerlingenbegeleiding om het ontstaan en de verspreiding van sommige besmettelijke ziekten tegen te gaan.

3° de uitvoering van de profylactische maatregelen die het centrum voor leerlingenbegeleiding neemt om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan.

Voorzieningen voor leerlingen met een handicap of die leerbedreigd zijn

Het schoolgebouw is op de meeste plaatsen toegankelijk voor leerlingen met een handicap.

In het kader van de bereikbaarheid van het klaslokaal door een persoon met een fysische handicap kan een eventuele verhuis van de klas gevraagd worden.

De school kan in samenspraak met het ondersteuningsnetwerk  contact opnemen met de cel speciale onderwijsleermiddelen voor de infrastructurele en materiële ondersteuning voor kinderen met een beperking.

4.5 Zorgzaam handelen doe je als school samen met externe partners

Zo werken we samen met verschillende partners: het centrum voor leerlingenbegeleiding, de pedagogisch begeleidingsdienst, het ondersteuningsnetwerk, lokale (zorg)actoren …

Concreet overzicht van alle partners:

CLB: Noordwest- Brabant, Nieuwstraat 120, 1730 Asse 02/452 79 95

Pedagogische begeleidingsdienst: OVSG

Ondersteuningsnetwerk: ONW-centrum

Lokale (zorg)actoren:

- CAR Asse

- OCMW Asse

- Huis van het kind Asse

Met deze verschillende partners worden er op regelmatige tijdsstippen overlegmomenten gepland zoals MDO, klassenraden, ON-evaluatie, oudercontacten in aanwezigheid van het CLB.

4.6  Kwaliteitsreflectie over en evaluatie van ons beleid op leerlingenbegeleiding

Op regelmatige tijdstippen reflecteren we over en evalueren we ons beleid op leerlingenbegeleiding. Waar nodig laten we ons hierbij ondersteunen door externe betrokkenen. We evalueren ons beleid aan de hand van volgende vragen:

  • • In welke mate bevordert ons beleid op leerlingenbegeleiding de totale ontwikkeling van alle leerlingen?
  • • In welke mate verhoogt ons beleid op leerlingenbegeleiding het welbevinden van onze leerlingen?
  • • In welke mate voorkomt ons beleid op leerlingenbegeleiding het vroegtijdig schoolverlaten?
  • • In welke mate creëert ons beleid op leerlingenbegeleiding meer gelijke onderwijskansen?

Daarnaast bekijken we of ons beleid op leerlingenbegeleiding nog steeds voldoet aan de volgende kritische principes:

1° Staat het belang van elke leerling centraal?;

2° Komt ons beleid participatief tot stand en is het gedragen door het hele schoolteam?; Is het zichtbaar op de werkvloer?

3° Werken we doelgericht, systematisch, planmatig en transparant?;

4° Voeren we ons beleid discreet uit?;

5° Verduidelijken we wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding?

4.7 Professionalisering

Om leerkrachten in staat te stellen ons beleid te realiseren en versterken, ondersteunen wij hen via ons professionaliseringsbeleid (zie professionaliseringsplan).

 

f