Copyright 2017 - Custom text here

 

SCHOOLWERKPLAN

INLEIDING

 

Een schoolwerkplan is een document van een school waarin naast het pedagogisch project allerhande gegevens, afspraken en maatregelen zijn opgenomen met de betrekking tot organisatorische en inhoudelijke aspecten van het aangeboden onderwijs.

Het schoolwerkplan is het centraal document van de school van waaruit andere plannen (nascholingsplan, beleidsplannen, jaarplannen, zorgplannen ...) worden opgebouwd.

 

Het schoolwerkplan is een middel voor het schoolbestuur om het schoolteam aan te zetten op planmatige wijze en doelgericht te werken aan de onderwijsopdracht. Het proces is echter belangrijker dan een mooi (maar vaak ongebruikt) product.

Met schoolwerkplan als proces bedoelen we dat alle schoolbetrokkenen en in het bijzonder het schoolbestuur en het schoolteam gezamenlijk het schoolwerkplan opstellen, aanvullen en later regelmatig bijsturen. Een schoolwerkplan heeft een dynamisch karakter: het is nooit helemaal ‘af’. In die zin is schoolwerkplanontwikkeling een continu proces.

 

Schoolwerkplanontwikkeling is één van de processen die de kwaliteitszorg in functie van schoolontwikkeling van de school ondersteunen.

 

Het schoolwerkplan is een instrument dat een totaalbeeld geeft van de school. Het omvat enerzijds het pedagogisch project en de decretaal vastgelegde elementen en anderzijds de beschrijving van processen, de wijze waarop de school haar kwaliteit bewaakt, de neerslag van afspraken, maatregelen ...

 

Het geheel vormt als het ware het draaiboek voor de werking van de school. Het is tegelijk leidraad, informatiebron, referentiekader en uitgangspunt voor evaluatie en bijsturing voor alle schoolbetrokkenen. Het schoolwerkplan is tevens een verantwoordingsbron naar de gemeenschap toe en kan een basis vormen voor externe evaluatie.

 

 

DEEL 1 : Wettelijke bepalingen

INHOUD

1

Pedagogisch project – visie

de omschrijving van het pedagogisch project zijnde het geheel van fundamentele uitgangspunten dat door het schoolbestuur voor de school wordt vastgelegd

1.1          Situering van onze school

1.2         Fundamentele uitgangspunten

1.3        Visie op basisonderwijs

Blz.

 

 

3

4

6

2

Schoolorganisatie

de organisatie van de school en voornamelijk de indeling in leerlingengroepen

8

3

Visie op rapporteren en evalueren

de wijze waarop het leerproces van de leerlingen wordt beoordeeld en hoe daarover wordt gerapporteerd

10

4

Voorzieningen in het gewoon onderwijs voor leerlingen met een beperking

de voorzieningen in het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap of die leerbedreigd zijn, inclusief de samenwerkingsvormen met andere scholen van gewoon en/of buitengewoon onderwijs

11

5

Zorg- en gelijke onderwijskansen

de wijze waarop de school via haar zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid werkt aan de optimale leer- en ontwikkelingskansen van al haar leerlingen

13

 

 

 

1.    Pedagogisch project & visie

 

 

1.1    Situering van onze school

Onze school is een basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.  De inrichtende macht is het gemeentebestuur van Asse.

Als openbare instelling staat onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting van hun ouders/opvoeders is.

De vrije keuze van de door de overheid goedgekeurde levensbeschouwelijke vakken is gewaarborgd.

Het onderwijs dat binnen onze school door de leerkrachten wordt aangeboden past in het kader van richtlijnen, vastgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad in een door haar erkend pedagogisch project.

Dit pedagogisch project bepaalt de aard van het onderwijsaanbod binnen onze school.  Van de leerkrachten wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs aanbieden.  Alle andere deelnemers en participanten worden verondersteld dezelfde opties te onderschrijven.

Beslissingen inzake gemeentelijk onderwijs, rekening houdend met de onderwijswetgeving, behoren tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.

Het gemeentebestuur, als schoolbestuur, heeft dus een verregaande autonomie inzake vormgeving en inhoud van haar gemeentelijk onderwijs.  Het pedagogisch project geeft vorm aan deze autonomie.

Onze school maakt deel uit van de scholengemeenschap “ASSE” .

Deze scholengemeenschap bestaat uit de volgende scholen :

Ø  GBS Asse Centrum ‘De Schatkist’ - Krokegem ‘De Springplank’

Ø  GBS Relegem

Ø  GBS Walfergem ’Sleutelbos’

Ø  GBS Mollem

Ø  GLS  Zellik ‘De Regenboog’

 

Het schoolbestuur steunt samenwerkingsvormen voor de personeelsleden van de SG Asse als netwerken, overleg, hospiteerbeurten, deelname aan events,…met als bedoeling uitwisseling van expertise.


1.2    Fundamentele uitgangspunten

Openheid

De school staat ten dienste van de gemeenschap en staat open voor alle leerplichtige jongeren, ongeacht hun filosofische of ideologische overtuiging, sociale of etnische afkomst, sekse of nationaliteit.

 

Verscheidenheid

De school vertrekt vanuit een positieve erkenning van de verscheidenheid en wil waarden en overtuigingen, die in de gemeenschap leven, onbevooroordeeld met elkaar confronteren.

Zij ziet dit als een verrijking voor de gehele schoolbevolking.

 

Democratisch

De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging, dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap naast elkaar kunnen bestaan.

 

Socialisatie

De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelhebben aan een democratische en pluralistische samenleving.

 

Emancipatie

De school kiest voor emancipatorisch onderwijs door alle leerlingen gelijke ontwikkelingskansen te bieden overeenkomstig hun mogelijkheden. Zij wakkert zelfredzaamheid aan door leerlingen mondig en weerbaar te maken.

 

 

 

Totale persoon

De school erkent het belang van onderwijs en opvoeding. Zij streeft een harmonische persoonlijkheidsvorming na en hecht evenveel waarde aan kennisverwerving als aan attitudevorming.

 

Gelijke kansen

De school treedt compenserend op voor kansarme leerlingen door bewust te proberen de gevolgen van een ongelijke sociale positie om te buigen.

 

Medemens

De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens. Zij stelt dat de eigen vrijheid niet kan leiden tot de aantasting van de vrijheid van de medemens. Zij stelt dat een gezonde leefomgeving het onvervreemdbare goed is van elkeen.

 

Europees

De school brengt de leerlingen de gedachte bij van het Europese burgerschap en vraagt aandacht voor het mondiale gebeuren en het multiculturele gemeenschapsleven.

 

Mensenrechten

De school draagt de beginselen uit die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind, en neemt er de verdediging van op. Zij wijst vooroordelen, discriminatie en indoctrinatie van de hand.


1.3    Visie op onderwijs

De fundamentele uitgangspunten, de principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij moeten worden vertaald naar de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen.  Deze uitgangspunten vormen dus het kader waarbinnen we kwalitatief onderwijs willen realiseren. Hierbij moeten we uitgaan van een aantal fundamentele elementen in de ontwikkeling van kinderen.  Deze elementen situeren zich binnen drie velden:

het veld van de basiskenmerken die de kern vormen :

·         Het beschikken over een positief zelfbeeld

·         Gemotiveerd zijn

·         Zelf initiatief nemen

het veld van de algemene ontwikkeling dat doelen omvat van meer

algemene aard zoals :

·         Kunnen communiceren en samenwerken

·         Zelfstandigheid aan de dag leggen

·          Creatief en probleemoplossend omgaan met de omringende wereld

·         Zelfgestuurd leren

het veld van de specifieke ontwikkeling dat doelen omvat waarvan men

de inhouden kan ordenen volgens leergebieden die in het onderwijs meer specifiek aan de orde zijn:

·         Lichamelijke opvoeding

·         Muzische vorming

·         Taal

·         Wereldoriëntatie

·         Wiskunde

 

Deze drie ontwikkelingsvelden zijn geënt op ‘de wereld’, in zijn ruime betekenis.  Het is de werkelijkheid waarin het kind gaat functioneren.  Het kind leert de werkelijkheid begrijpen, wordt vaardiger en ontwikkelt een positieve houding.

Vanuit het pedagogisch project werkt het lerarenteam op zodanige wijze aan de realisatie aan de vooropgestelde doelen, dat er recht wordt gedaan aan de kenmerken van goed basisonderwijs.

De kwaliteit van een school uit zich op de eerste plaats in het dagelijks pedagogisch klimaat, het samenlevingsmodel dat de school uitbouwt, de leef- en werkcultuur die er leeft en heerst.

De kenmerken voor goed basisonderwijs proberen we zo goed mogelijk na te streven: samenhang, totale persoonlijkheidsontwikkeling, zorgverbreding, actief leren, continue ontwikkelingslijn.

Om deze visie uit te werken wordt er gebruik gemaakt van de leerplannen van OVSG.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.  Schoolorganisatie

 

 

2.1    Criteria met betrekking tot de aanwending van het lestijdenpakket

 

Aan de hand van het lestijdenpakket organiseert het schoolbestuur onder eigen verantwoordelijkheid en in overleg met alle actoren de school zo dat er in functie van de krachtlijnen uit het pedagogisch project kan voldaan worden aan de specifieke noden en behoeften.

Het schoolbestuur legt onderstaande principes vast met betrekking tot haar organisatie. Deze principes dienen dan jaarlijks als uitgangspunt voor de concrete aanwending van het lestijdenpakket:

 

ü  maximale groepsgrootte conform het capaciteitsdossier

ü  mogelijke splitsingscriteria voor de kleuterschool en de lagere school

         o indeling volgens geboortejaar

         o indeling volgens gemengde leeftijdsgroepen

         o keuze levensbeschouwelijke vakken

         o indeling volgens individuele mogelijkheden

         o kwalitatief gelijke klassen: we streven naar een heterogeen evenwicht    qua talenten, kwaliteiten en karaktereigenschappen.

 

ü  invulling van de SES-lestijden volgens de schoolspecifieke noden

ü  streven naar een min. aantal lestijden lichamelijke opvoeding per groep

ü  inrichten van het min. verplicht aantal lestijden levensbeschouwelijke vakken

ü  mogelijk maken van overleg en teamwerk tijdens kindvrije lestijden

ü  invulling van de puntenenveloppe voor dirco, ICT, zorg, administratieve medewerker

ü  overdragen van lestijden in functie van de schoolspecifieke noden

ü  verdelen van de lestijden/uren ten laste volgens de schoolspecifieke noden

 

 

 

2.2    Indeling in leerlingengroepen

 

Voor het indelen in leerlingengroepen in de kleuterschool opteert het schoolbestuur voor (gemengde) leeftijdsgroepen.

Voor het indelen in leerlingengroepen in de lagere school opteert het schoolbestuur voor het leerstofjaarklassensysteem.

Dit leerstofjaarklassensysteem kan doorbroken worden op basis van volgende criteria:

 

ü  Interne klasdifferentiatie: homogene of heterogene (naar vorderingen) leerlingengroepering onder leiding van de klastitularis of leden van het zorgteam

ü  Klas- of groepsdoorbrekend werken (vaste of wisselende groepen per schooljaar):

o volgens interesse, mogelijkheden of behoeften

o voor één of meer leergebieden

o voor gezamenlijke activiteiten

 

Het is evident dat ook een combinatie van verschillende criteria kan worden gehanteerd en dat de onderwijsorganisatie flexibel wordt toegepast.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.       Visie op evalueren en rapporteren

Evaluatie is een proces waarbij de leerkracht informatie verzamelt over het onderwijsleerproces en deze informatie interpreteert (betekenis geeft) met het oog op te nemen beslissingen over de voortgang van dat proces.  Deze interpretatie is ten allen tijde bespreekbaar met de ouders van het betreffende kind, met het kind zelf en met externe hulpverleners aan de school.

 

Met de observaties en evaluaties willen we gegevens verzamelen over de leerlingen met als doel de individuele leerling hulp te bieden, het aanbod naar de leerling te individualiseren, de vorderingen van de leerling te vergelijken met deze van zijn (leeftijds)groep, de leerling te oriënteren betreffende studiekeuze  en het didactisch handelen van de leerkracht bij te sturen.

Deze leerlingengegevens worden verzameld in het leerlingendossier.

Om de totale persoonlijkheidsontwikkeling te kunnen evalueren, dienen gegevens verzameld te worden over cognitieve vaardigheden (taal, wiskunde, wereldoriëntatie, Frans), sociale vaardigheden, houdingen en attitudes (sociale gerichtheid en zelfvorming, werkhouding en belangstelling), leren leren, motorische en creatieve vaardigheden.

Het gaat hier zowel om een proces- als productevaluatie, conform het leerplan van OVSG.

FOp korte termijn is er een permanente evaluatie : tijdens en na de les.

FOp (middel)lange termijn zijn er een aantal toetsen of controletaken die bestaan uit een reeks opdrachten die de leerlingen zelfstandig uitvoeren. 

De bespreking van de evaluatiegegevens gebeurt tijdens de formele en informele overlegmomenten zoals  MDO’s, klassenraden, overgangsbesprekingen,  kindcontacten en oudercontacten.

De leerlingen krijgen een meermaals per jaar  een  rapport, waarop een synthese van de evaluatiegegevens wordt neergeschreven.

De leergebieden en  hun respectievelijke domeinen alsook de vaardigheden kunnen geëvalueerd worden met een cijfer, een normenschaal en door schriftelijke en mondelinge feedback.

4.   Voorzieningen in het gewoon onderwijs voor leerlingen met een beperking

4.1    Voorzieningen voor leerlingen met een handicap of die leerbedreigd zijn

4.1.1     Materiële toegankelijkheid

Het schoolgebouw is op de meeste plaatsen toegankelijk voor leerlingen met een handicap.

In het kader van de bereikbaarheid van het klaslokaal door een persoon met een fysische handicap kan een eventuele verhuis van de klas gevraagd worden.

De school kan in samenspraak met de GON-begeleiding  contact opnemen met de cel speciale onderwijsleermiddelen voor de infrastructurele en materiële ondersteuning voor kinderen met een beperking.

 

4.1.2     Pedagogische toegankelijkheid

De school kan zich laten ondersteunen door de GON-begeleiding en de expertise van het buitengewoon onderwijs.

De school werkt samen met buitenschoolse hulpverleners en onderzoekcentra voor overleg en integreert tips binnen haar werking.

Verder wordt er in de mate van het mogelijke samengewerkt met het CLB, revalidatiecentra en externe hulpverleners.

 

 

 

 

 

4.2    Samenwerkingsverbanden met andere scholen van gewoon onderwijs en/of buitengewoon onderwijs

De school kan samenwerkingsvormen afsluiten met andere scholen voor gewoon en/of buitengewoon onderwijs. 

Deze samenwerking kan zich situeren op het vlak van:

-      De gezamenlijke organisatie van opvoedings- en/of onderwijsactiviteiten

-      Uitwisseling van personeel

-      Wederzijds begeleiden van personeel

-      Onderwijs aan huis

-      ICT

-      Gezamenlijk gebruik maken van infrastructuur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5. Geïntegreerd zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid

Onze school realiseert een planmatig geïntegreerd zorg- en gelijkekansenbeleid op school-, leraren- en leerlingenniveau.

5.1    Zorgbeleid

De grote krachtlijnen van basispreventie en zorg

5.1.1     Preventieve basiszorg ligt aan de basis van ons zorgbeleid

Het schoolteam engageert zich om een preventieve basiszorg na te streven.  Deze ligt aan de basis van ons zorgbeleid. De volgende componenten komen daarbij aan bod:

- een goede samenwerking uitbouwen met de kleuterschool om de overgang naar het eerste leerjaar vlot te laten verlopen

- zorgen voor een positieve, warme en veilige sfeer voor het welbevinden van de leerlingen

- zelfstandig leren leren bevorderen

- de leerlingen actief betrekken is een onderdeel van zorgzaam onderwijs

- snel handelen en tijdig ondersteuning bieden zijn een vereiste om te voorkomen dat problemen zich opstapelen.  De klasleerkracht biedt de eerstelijnszorg en het zorgteam ondersteunt. Wij streven naar een cultuur van gedeelde zorg.

 

5.1.2     Onze werking gebaseerd op het zorgcontinuüm

5.1.3      We geven ons beleid mee vorm vanuit de uitgangspunten van het Handelingsgericht werken (HGW). Ons zorgbeleid willen we vorm geven vanuit 7 uitgangspunten (=kader).

Onderwijsbehoeften van leerlingen en ondersteuningsbehoeften van ouders en leerkrachten.


We stemmen het onderwijsaanbod af op de behoeften van de leerling.
Niet het probleem staat centraal maar wel de onderwijsbehoeften.
Belang van onderwijsbehoeften :

-      Welk doel willen we bereiken?

-      Welke aanpak is nodig?

-      Afstemming : Wat doen we al? Wat werkt? Wat kan beter?

-      Welke aanpak werkt?

-      Onderwijsbehoeften bieden een kader voor onderwijs op maat.

-      Basis voor een goede preventieve basiszorg.
 We kijken wat de leerling nodig heeft qua aanpak.
 We gaan doelgericht om met de verschillen.
 We kijken wat de leerling nodig heeft om een bepaald doel te bereiken.
    

We kijken wat de leerkracht nodig heeft om doelgericht met deze              leerling te werken.

 

We luisteren naar ondersteuningsbehoeften van de ouders en de           leerling : hebben zij  behoefte aan info, advies, begeleiding? Hebben

ze vragen of bepaalde verwachtingen? Wat is haalbaar?

Om gelijke kansen te krijgen, om zich naar hun mogelijkheden en talenten te ontplooien, hebben kinderen recht op ongelijke behandeling in opvoeding en onderwijs. 

 

Transactioneel referentiekader (afstemming en wisselwerking)
Er is een voortdurende wisselwerking tussen de leerling en zijn omgeving.
We bekijken elk probleem vanuit de context: “Deze leerling van deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht, in deze school heeft een moeilijkheid, hoe kunnen we dat aanpakken?”
We denken na over de leerkracht/leerlinginteractie, de afstemming van de onderwijsbehoeften van de leerling en de aanpak van de leerkracht (bv. door observaties in de klas).
Wat gaat goed? = stimulerende factoren
Wat is problematisch? = belemmerende factoren
We stemmen het onderwijsaanbod af op de onderwijsbehoeften van de leerling of een groepje leerlingen.
De leerkracht stelt zich de vraag : Wat is het effect van mijn aanpak op de leerling en hoe kan ik mijn aanpak beter afstemmen op wat de leerling nodig heeft?
Deze factoren gaan we gebruiken bij het advies en handelen.
Daarbij houden we rekening met de verschillen tussen alle betrokkenen.

 

De leerkracht doet ertoe
De leerkracht zorgt voor onderwijs op maat en zorgt voor een goede didactische aanpak, zo geeft ze de leerlingen het gevoel dat ze belangrijk zijn.
Ze gaat doelgericht om met de verschillen van leerlingen en hun specifieke behoeften. Om dit te realiseren moeten de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht een duidelijke plaats krijgen.

 

Positieve aspecten
We hebben aandacht voor de positieve en sterke kanten van alle betrokkenen (leerling, leerkracht, ouders, klas, school).
Dit beschermt ons tegen een te negatief beeld van een kind, klas, ouders of onszelf als leerkracht of team.

 

Constructieve samenwerking
We communiceren met alle betrokkenen, met de leerkracht, school, CLB als professionals (onderwijs), de ouders als ervaringsdeskundigen (opvoeding) en de leerling vanuit de belevingswereld.
Ook de leerling wordt hier actief bij betrokken, dit is belangrijk voor het begrijpen van de situatie en voor het zoeken naar oplossingen.

 

Doelgericht
Elke handeling, elke stap moet nodig en nuttig zijn i.f.v. het afgesproken doel.
We kijken naar de specifieke hulpvraag van de leerkracht, ouders en leerling.
Waar willen we naartoe en welke info hebben we daarvoor nodig?
We onderzoeken daarom alleen wat hiervoor noodzakelijk is.
         “Als we weten dat …  dan kunnen we … “
Hoe kunnen we het team verder professionaliseren?
We stellen concrete korte- en lange termijndoelen op.
Leerlingen kunnen een individuele leerlijn krijgen.
        
Systematisch en transparant
“Eerst denken en dan doen.”
We maken afspraken over wie doet wat? Waarom? Hoe? Waar? Wanneer?
We zorgen ervoor dat we nauwkeurig en volledig zijn in het verzamelen van onze informatie.
Hiervoor gebruiken we formulieren en documenten als leidraad en geheugensteun voor het zorgteam en CLB (bv. Pre-MDO).
We zorgen ervoor dat alle stappen overzichtelijk zijn om zo tot een goed onderbouwde besluitvorming te komen.
We streven ernaar dat alle betrokkenen de afgesproken stappen kennen, begrijpen en gebruiken. Zo wordt iedereen nauw betrokken bij de uitvoering ervan.

 

 

 

 

5.2    Gelijke onderwijskansenbeleid

De SES-lestijden worden toegekend op basis van enerzijds anderstaligheid en anderzijds (kans)armoede-indicatoren. Vanuit deze indicatoren brengt de school per onderwijsniveau de leerlingenkenmerken in beeld en richt daarop haar beleid.

 

5.3    Geïntegreerd beleid

De keuzes gemaakt binnen het zorgbeleid en het gelijke onderwijskansenbeleid worden op een geïntegreerde en planmatige wijze gerealiseerd, zowel op school-, leraren- als leerlingenniveau.

De organisatie is afhankelijk van de contexten en is vraaggestuurd, daardoor nemen we dit op in deel 2 van het SWP zijnde de concrete organisatie van het geïntegreerd zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid

Zoeken

f